Niet zo… maar zo 2: Bij het gebruik van verkeersmiddelen

Lees voor met webReader

 

Bij het in- of uitstappen van bus, tram of trein, krijgen visueel gehandicapten wellicht de meeste hulp. Tenminste, als ze bij grote drukte door ‘blinde zienden’ niet gewoon opzij geduwd worden, wat gelukkig slechts zelden gebeurt.

Maar de geboden ‘hulp’ wordt vaak zo intens en door zoveel bereidwilligen verstrekt, dat de blinde meer in het voertuig gehesen wordt, dan dat hem de gelegenheid gelaten wordt gewoon in te stappen.

Bij het uitstappen gebeurt dan het tegenovergestelde: de gehandicapte wordt achter en vóór zo stevig vastgehouden, dat hij nauwelijks nog naar beneden kan. Hoe goed bedoeld ook, dit is werkelijk overbodig! Een blinde die alleen reist, kent heus wel het gebruik van tram, trein of bus. Het volstaat dat U hem bij de deuropening van het voertuig brengt, en hem de handgreep wijst door er zijn hand op te leggen. Benen heeft hij zelf en hij kan dus gewoon opstappen, zonder als een baal naar binnen gehesen te worden.Bij het uitstappen, gewoon ook de handgreep wijzen en zelfstandig laten uitstappen

Stapt men samen op of af, dan gaat de begeleider altijd vóór, wijst de handgreep of reikt eventueel de hand. Ook kan hij mondeling aanduiden of het een hoge of lage op- of afstap is. Bij het gebruik van een auto, brengt men de visueel gehandicapte tussen de geopende deur en het voertuig en legt zijn hand boven de deurrand. Met de andere hand zal hij dan naar de hoogte van de dakrand voelen en de stand van de zitplaats. U hoeft dan verder niet meer te helpen bij het instappen.

 

Print Friendly, PDF & Email
Dit bericht is geplaatst in Educatief, Niet zo... maar zo, Prikbord. Bookmark de permalink.