Niet zo… maar zo 6: Hoe een zitplaats wijzen

Lees voor met webReader


Het is een algemeen verspreide, maar verkeerde opvatting, dat men een blinde altijd en overal zo vlug mogelijk een zitplaats dient te bezorgen.
Op trein, tram of bus verdient dit allicht aanbeveling, omdat bij slingeren of onverwacht remmen, de gehandicapte niet altijd onmiddellijk een geschikt houvast kan vinden. Ook voor bejaarde blinden is dit voor de hand liggend, zoals het ook voor andere bejaarden vanzelfsprekend zou moeten zijn.

Pas ook hier echter de gouden regel toe: wijs de zitplaats aan, maar laat hem de vrijheid er al of niet gebruik van te maken, zonder verder aandringen.

Maar zelfs dat aanwijzen wordt soms tot een hoogst ingewikkelde zaak gemaakt. Eén, soms twee of drie personen bemoeien er zich mee. De blinde wordt gedraaid, gekeerd, verschoven… aan één of beide armen vastgehouden en dan ten slotte neergedrukt.

Het kan werkelijk heel wat eenvoudiger! U brengt de hand van de visueel gehandicapte bij de rugleuning: ‘Hier hebt u een stoel, dit is de rugleuning’ en meteen weet de betrokkene hoe de stoel staat en zal zonder moeite plaatsnemen. Of u legt zijn hand op de armleuning van een fauteuil en verduidelijkt: ‘De fauteuil staat rechts van u’. De blinde zal zich dan met een vlugge beweging verder over de juiste stand oriënteren.

Print Friendly
Dit bericht is geplaatst in Educatief, Niet zo... maar zo, Prikbord. Bookmark de permalink.

Één reactie op Niet zo… maar zo 6: Hoe een zitplaats wijzen

  1. Mia Nees schreef:

    Tracht dit bericht te laten circuleren bij het openbaar vervoer e.d.
    Een vreugdevol eindejaar en veeel succes in het nieuwe jaar gewenst.
    Mia

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *