Niet zo… maar zo 7: Waar is ‘daar’?

Lees voor met webReader

Zeg nooit ‘Daar is een stoel’, ‘Ginder staat een tafel’ of ‘Daar verder staat een fiets in de weg’ terwijl u in de bedoelde richting wijst.

Al deze richtingaanduidingen die gebaseerd zijn op uw wijzen met de ogen, de handen of op een andere manier, zijn voor de blinde nietszeggend.

Zeg liever: ‘Vlak voor u staat een stoel’, ‘Een meter achter u staat een tafeltje’ of ’10 meter verder staat links een fiets tegen de muur’.

Bij het bedienen aan tafel kunt u zeggen: ‘Uw glas staat links voor u’ of ‘Er staat een asbakje bij uw rechterhand’. U kunt ook bedoeld voorwerp even aantikken zodat de blinde het door het geluid kan lokaliseren. Geeft u hem het glas, het asbakje of wat dan ook rechtstreeks in de hand, vergeet dan niet er even bij te vertellen waar hij het kwijt kan: ‘Er staat een laag tafeltje links naast uw stoel.’

Print Friendly
Dit bericht is geplaatst in Educatief, Niet zo... maar zo. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *