Niet zo… maar zo 11: Blinden zijn niet gevaarlijk

Lees voor met webReader

Steeds weer ervaren begeleide blinden het volgende: “Mevrouw, wil mijnheer iets drinken?’ of ‘Juffrouw, kan mijnheer zelf ondertekenen?’ of ‘Mevrouw, wil mijnheer soms zitten?’

Men richt zich dus tot de begeleiding in plaats van rechtstreeks tot de blinde; wat een dame er op zekere dag toe bracht lachend te antwoorden: ‘Vraagt u het hem gerust zelf, hij is niet gevaarlijk!’

Men is zo gewoon als men iemand aanspreekt eerst oogcontact te hebben dat men zich bij het ontbreken hiervan verloren voelt en zich dus tot de begeleiding richt.

Deze gang van zaken is dus wel begrijpelijk maar daarom niet minder verkeerd. Men behandelt immers aldus de visueel gehandicapte als onmondig.

Wilt u iets aanbieden, noem dan zijn naam, indien die u bekend is. Raak hem even aan als u de naam niet kent of er kans bestaat dat hij niet zal merken dat de vraag tot hem gericht is, bvb. in groep. – ‘Mijnheer X, wil u soms een sigaret… een koekje… een borrel…’

Vergeet niet de keuzemogelijkheden op te sommen zo die er zijn. Vervolgens brengt u het gewenste binnen zijn handbereik en laat hem zelf nemen of geeft hem het gekozene in de hand.

Houd hem bvb. geen schenkblad vol glazen voor zodat de kans groot is dat hij bij het nemen misschien enkele glazen omstoot omdat hij zich niet aan een vol schenkblad verwachtte.

Print Friendly
Dit bericht is geplaatst in Educatief, Niet zo... maar zo, Prikbord. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *