Niet zo… maar zo 13: Of en hoe beschrijven?

Lees voor met webReader

 Blinden betasten een olifant

 Veel mensen denken dat ze bij contact met een blinde aan één stuk moeten praten. ‘Anders weet hij toch niet of ik er nog ben’ of ‘Hij ziet toch niets om zich bezig te houden’

Hoe goed bedoeld ook, toch kan dit zeer irriterend zijn. Net als bij ieder ander gesprek mogen er gerust stiltepauzes vallen. De blinde rekent er wel op dat u niet van hem weggaat zonder hem dit even te zeggen.

En wat het niets zien betreft, kunt u rustig aannemen dat een blinde, dankzij zijn andere zintuigen, dikwijls veel meer over zijn omgeving opmerkt dan men algemeen veronderstelt. Of u hem een genoegen doet met een zeer gedetailleerde dan wel oppervlakkige beschrijving van de omgeving, een persoon of een voorwerp, zult u spoedig aan zijn vragen merken. Dring hem deze echter niet op.

Wel is het nuttig ongewone of bijzondere dingen spontaan te vermelden, bvb. ‘De roltrap is vandaag buiten gebruik’ ook al heeft hij deze op dat ogenblik niet nodig. Of ‘In dit hoekgebouw wordt een nieuwe klerenwinkel geopend.’ Deze inlichtingen kunnen hem misschien later van nut zijn.

Print Friendly
Dit bericht is geplaatst in Educatief, Niet zo... maar zo, Prikbord. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *