Diabetische retinopathie: een oorzaak van blindheid

Lees voor met webReader

Letsels aan het netvlies zijn de voornaamste oorzaak van blindheid bij mensen onder de vijftig. Ze zijn rechtstreeks toe te schrijven aan diabetes. Te veel suiker in het bloed (verhoogde bloedsuikerspiegel) maakt de wand van de kleine bloedvaatjes immers brozer. Door die veranderingen gaan de bloedvaatjes lekken, waardoor er bloed en vocht in het netvlies terechtkomen. Dat verslechtert de gezichtsscherpte. Retinopathie (de aantasting van de bloedvaten in het netvlies) hangt dus af van het glucosegehalte in het bloed en van hoelang de diabetes al bestaat.

Retinopathie kan voorkomen worden door screenings en het onder controle houden van de diabetes. Hoe dichter de bloedsuikerspiegel over een lange periode bij de normale waarde ligt, hoe kleiner het risico op retinopathie. Diabeteslijders doen er goed aan om hun ogen elk jaar te laten onderzoeken zodat een eventuele behandeling zo vroeg mogelijk kan worden ingezet. Zo blijven de gevolgen beperkt.

Diabetes? Een beetje geschiedenis.

De evolutie van de diabetesbehandeling kan in twee grote tijdvakken ingedeeld worden. Een eerste tijdvak loopt van ver voor onze tijdrekening tot de ontdekking van insuline in 1922. Tot het einde van de 19de eeuw wist niemand exact wat er precies fout liep in het metabolisme van mensen met diabetes. Wanneer men door deze aandoening  getroffen werd, had men weinig of geen overlevingskans. Mensen stierven vaak vóór er enige vorm van diagnose kon gesteld worden. Ook over het onderscheid tussen type 1 en type 2 diabetes was nog niets bekend.

Er werd voor het eerst melding gemaakt van het bestaan van dit ziektebeeld door de oude Egyptenaren, zoals beschreven op papyrusrollen, daterend van +/- 1552 vóór onze tijdrekening. Hierop werd een aandoening beschreven waarbij overvloedig urineren het belangrijkste kenmerk was. Een dergelijk ziektebeeld werd ook vermeld in oude Indische medische geschriften, waarin zelfs genoteerd stond dat de smaak van de urine van deze mensen honingzoet was.

Gezien de beperkte communicatiemogelijkheden in die tijd, werd de aandoening in het Westen pas bekend in de 2de eeuw na Christus. Het was Arateus van Cappadocië (het huidige centraal Turkije), die dit ziektebeeld omschreef als een aandoening waarbij spieren en ledematen als water in de urinewegen terechtkomen. De ziekte kreeg de naam “diabetes” (Grieks voor ‘doorstroming’). Later werd daaraan het woord “mellitus” toegevoegd (Latijn voor ‘honingzoet’).

Lange tijd werd dan ook de oorzaak van diabetes toegeschreven aan nierproblemen. Er werden allerlei voedingsvoorschriften voor de behandeling van de ziekte uitgedacht, variërend van zeer caloriebeperkt, tot zelfs totaal vasten, zeer vetrijk maar koolhydraatrijk maar vetarm, een totaal vrij dieet, …

Vanaf 1922 verlaagde het sterftecijfer van mensen met diabetes significant, maar wat nu het juiste voedingsadvies zou moeten zijn, was zeker nog niet duidelijk.

Men dacht nog steeds dat de energie- en koolhydraatinname beperkt moest blijven, hoewel bekende diabetologen uit die tijd zoals Joslin, Boulin en Azerad hierin toch verandering probeerden te brengen. De inname van koolhydraten werd verruimd tot 35% van de totale energie-inname en de energiebehoefte werd opgedreven tot de normale behoefte bij mensen zonder diabetes.

Tot nu toe zijn nog steeds de meningen verschillend over het voedingsadvies en daarom kan men besluiten met een pertinente vraag: “Zou een gulden middenweg dan een oplossing kunnen bieden?”

Print Friendly
Dit bericht is geplaatst in Blind zijn - Slecht zien met de tags . Bookmark de permalink.